De eerste keer dat ik besloot te lachen om mijn soms gênante blunders.

Met schemer/donker laat ik onze hond altijd uit in gezelschap van mijn oudste zoon, zo ook toen…

Ik zag een kat lopen, althans dat dacht ik, dus zei tegen mijn zoon: Kijk wat een lieve kat en helemaal niet bang voor onze hond”. Nee mam, dat is een hondje”. Naja, wie laat zijn hond nu alleen lopen op straat”, zei ik toen. Nee mam, de hond is aangelijnd en het baasje staat voor je”.

Na een paar keer sorry gezegd te hebben, geen idee tegen wie, wist ik niet hoe snel weg te komen. Wat hebben we gelachen achteraf.

Zo ben ik tijdens een tuinfeestje in een vijvertje gestapt, voor mij in het donker niet goed te zien, tot grote hilariteit van de feestvierders en uiteraard ervan uitgaande dat ik een drankje teveel had gedronken. Nog steeds een anekdote op feestjes en ik kan daar echt om lachen.

Tijdens de fotoshoot van het boek Beyond the Muted Darknesswas het soms best wel lastig. Het was een donkere kamer en het horen gaat nu eenmaal moeizaam als ik mensen niet kan zien. Maar met hulp was het een leuke middag en is alles goed gegaan.

Na afloop gingen mijn moeder en ik met de trap naar de uitgang. Het liefst hou ik de trapleuning vast voor de zekerheid. Zo ook nu. Helaas hield de leuning op terwijl er nog twee treden te gaan waren. Daar lag ik met een gekneusde enkel. Kon wel janken van schaamte.

Na mijn verhaal gedaan te hebben aan een mede Usherzei zij: Oh heb jij toevallig ook Usher”, en daar heb ik zo om moeten lachen.

Tuurlijk is het niet leuk als je een glas drinken aangeboden krijgt en je grijpt mis met alle gevolgen van dien.

Maar laten we er vooral vanuit gaan dat de achteruitgang niet snel gaat en een behandeling op korte termijn mogelijk is. Dan kan en mag ik zeker blijven lachen.

Gitta Zonneveld